[Israel en de Palestijnse gebieden] Begin nooit zomaar over religie of politiek,
Geplaatst op 04-08-10 om 10:27 door dyfusica
´Begin nooit zomaar over religie of politiek. Je weet nooit wie je ermee voor het hoofd kan stoten.´ is een van de eerste lessen die je als reiziger leert. Het voorkomt pijnlijke stiltes en vermoeiende discussies die uiteindelijk toch uitlopen in een ´agree to disagree´. Maar hoe werkt dit in de praktijk in Israël, het land waarin beide onlosmakelijk met elkaar vervlochten lijken? Is het mogelijk neutraal te blijven over kwesties die al jaren dagelijks de voorpagina’s halen? En op welke manier beïnvloedt de Tweede Intifada (vanaf 2000) toeristische mogelijkheden in Israël en de Palestijnse gebieden.De reizigerswereld kent geen moraal en alles wat verkoopt is geoorloofd (mits de betreffende instituties het niet kunnen verhinderen). Of het nu gaat om kinderprostitutie in Nepalese weeshuizen, een bezoek aan een ´cocaïnefarm’ in Colombia of oorlogstoerisme in Irak: het gebeurt. Persoonlijk kun je het afkeuren, maar zonder effectieve controle valt er weinig tegen te doen. En in een wereld waarin contacten nooit langer dan een week duren hoef je van medereizigers ook weinig (on)begrip te verwachten. Het thuisfront is per definitie al stil. Ver weg van huis en de daarbij horende sociale controle is het haast onmogelijk te weten wat iemand werkelijk heeft gedaan op reis. Men moet genoegen nemen met vakantiefoto’s en eventuele verhalen. Als reiziger ben je dus relatief vrij om gehoor te geven aan eigen interesses, zonder je te laten remmen door de heersende opinie in het thuisland. Hierdoor heeft men de ´kans´ een kant van de maatschappij te zien die anders wellicht onzichtbaar zou blijven. Men kan ongecontroleerd een eigen mening vormen en put uit het collectief der verhalen der reizigers, die als een radius om het individu heen een onuitputbare bron van relevante informatie vormen, aangevuld met enkele ´mythen´.
In Israël circuleren wilde verhalen over paspoortstempels en de toegang tot het land, het Jeruzalem-syndroom en de wekelijkse demonstraties langs de muur die de Westbank omringt. Naar het schijnt schiet het Israëlische leger hier lukraak rubberen kogels op Palestijnse demonstranten en vallen er regelmatig gewonden en doden. Andere veelbesproken onderwerpen zijn het leger, (religieus) fundamentalisme, Israëliërs, de kibbutz en de vele veiligheidscontroles. Is het nu werkelijk nodig om op ieder busstation, winkelcentrum of museum volledig doorzocht te worden?
Israël en de Palestijnse gebieden verwelkomen een bont gezelschap aan toeristen. Sommigen komen er op bedevaart, als onderdeel van een wereldreis, om in een kibbutz te werken, als overwintering of op familiebezoek. Anderen overwegen alia (Joodse emigratie naar Israël) te maken of komen namens een internationale hulporganisatie. De motivaties zijn eindeloos en zo ook de verschillende reisschema´s. Om de politieke realiteit kan je echter maar moeilijk heen. Zelfs zonder een standpunt in te nemen wordt je er continu mee geconfronteerd.
In eerste instantie doel ik hiermee op het ongemak dat een reiziger zelf ervaart. De procedure om Israël binnen te komen kan behoorlijk omslachtig zijn, vooral wanneer men stempels in het paspoort heeft van landen als Syrië en Iran. En ook eenmaal binnen blijft men regelmatig blootgesteld aan schijnbaar willekeurig controles. Ieder busstation, winkelcentrum of museum betekent automatisch een wandeling door metaalpoortjes, soms gevolgd door een scan van alle bagage. In de Westbank komen hier militaire checkpoints bij. Meestal is een blik op het paspoort voldoende voor een soepele doorgang maar het vertraagt niettemin.
In de tweede plaats doel ik op de verhoudingen in het land zelf. Vooral in de Westbank en Jeruzalem zijn deze voelbaar geladen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is Hebron (Westbank) waar de Grot van de Patriarchen staat. Hier zouden de aartsvaders en -moeders Abraham, Sara, Izaäk, Rebekka, Jacob en Lea begraven zijn en het is een belangrijke plaats in zowel het Jodendom, Christendom en de Islam. Tegenwoordig is het gebouw gesplitst in twee delen. De ene helft functioneert als synagoge en de andere helft als moskee. Alleen christenen (en toeristen) kunnen beide delen bezoeken. Om ze te bezoeken moet men echter door een Joodse nederzetting lopen met bijbehorende militaire bewaking en scheidingsmuren. Langs verlaten straten zijn overal pro-kolonistische ´bevrijdingsaffiches´ geplakt die vol trots herinneren aan de ´Liberation of Hebron and reestablishment of its Jewish community´ van 1967. Het bestaan in hedendaagse of historische zin van een niet-Joodse gemeenschap in Hebron wordt voor het gemak vergeten. Anders is de situatie in Nablus, een van de grotere steden in de Westbank. Hier zijn de muren gevuld met anti-Israëlische graffiti en posters die het martelaarschap vereren. ‘Never forgive, never forget’.Dit zijn twee extremen en in verreweg de meeste plaatsen is de confrontatie minder zichtbaar. Toch kan je in de Westbank maar moeizaam om de politieke realiteit heen.
Maar ook buiten dit gebied zijn voorbeelden alom. In Nazareth is de Rooms-katholieke Basiliek van de Aankondiging, de grootste kerk van het Midden-Oosten, omgeven door Engelse vertalingen van Koranverzen die lezers oproepen tot het ware geloof. En de muur die op dit moment gebouwd wordt tussen Israël en Westbank is gevuld met internationale steunbetuigingen, soms voorzien van een religieus tintje: ‘Jesus, he paid for you. He wept.’ Wie zoekt zal vinden, maar wie zijn ogen sluit ziet niets.
De spanning is echter het beste waarneembaar in Jeruzalem en dan vooral in de oude stad. Hier lopen verschillende religieuze stromingen kriskras door elkaar en is men gedwongen op een zeer kleine oppervlakte vreedzaam samen te leven en historisch significante bouwwerken te delen. Overdag kan iedereen de oude stad betreden maar ´s avonds verandert de ambiance duidelijk. De meeste (Joodse) Israëliërs die ik ben tegengekomen lijken bang. Overdag gaat men met tegenzin, maar ´s avonds wil men echt niet. Ze zeggen uit angst te worden aangevallen. ´Alleen de ultraorthodoxen durven ´s avonds de oude stad te betreden of Oost-Jeruzalem in te gaan. Zij kennen geen angst en sommigen willen graag provoceren.´
Deze angst lijkt veel verder te gaan dan enkel de stad zelf. Ook naar de Westbank (en vanzelfsprekend Gaza) gaan maar weinig Israeli´s, buiten hun militaire dienstplicht om. Weer spreekt men over de angst te worden aangevallen. De Joodse nederzettingen vormen een uitzondering hierop, al heb ik tot dusverre niemand gevonden die hier met enthousiasme over kon praten. Vanuit Israël gaan er regelmatig (bewaakte) bussen naar toe, en eenmaal binnen de nederzetting is het leger aanwezig dat indien nodig de kolonisten beschermt tegen iedere vorm van gevaar.
Onder reizigers is de Israëlische houding ten opzichte van Palestijnen en het leger een veelbesproken onderwerp. ‘Hoe kan het dat een stel 20-jarigen de verantwoordelijkheid over grenscontroles en checkpoints heeft gekregen, zonder begeleiding door meer ervaren leidinggevenden? En waarom paradeert de helft van de dienstplichtige jeugd vol trots in zijn militaire tenue? Is het werkelijk noodzakelijk rond te banjeren met een geladen geweer en de vinger continu op de trekker?’ Men klaagt over de schijnbare willekeurigheid in behandeling. Een grenscontrole kan vijf minuten in beslag nemen of vijf uur. Meer aandacht is er echter voor de relatie tussen (Joodse) Israëliërs en Palestijnen. Dit blijft een gevoelig onderwerp en velen zijn dan ook erg terughoudend in het geven van een mening. Meer tijd besteedt men aan het blootleggen van de nuances. In hoeverre is er sprake van een democratie? Wie financiert de nederzettingen in de Palestijnse gebieden? Is de staat Israël wel een werkelijke representatie van de wil van haar onderdanen? Waarom is het leger ingericht zoals het is?
Een relatief grote groep reizigers heeft Israëlische vrienden of al eerdere ervaringen gehad met Israëliërs in het buitenland. Na het voltooien van de militaire dienstplicht gaan veel van hen enkele maanden op reis, vaak samen met anderen uit hun peloton. Vooral in India en Zuid-Amerika kan men maar moeilijk om ze heen. Ze vormen daar een ietwat afgescheiden groep, deels door hun aantal en hun gemeenschappelijke taal, maar ook deels door de internationaal overwegend negatieve houding ten opzichte van de politieke besluiten van hun land. Een gesprek ontvlamt al snel in een vermoeiende discussie waarbij men het verschil tussen besluiten van bovenaf en het individu snel vergeet. ´Waarom gaat iedereen er automatisch van uit dat ik de bouw van de nederzettingen ondersteun? En waarom ziet men in Israël slechts enkele grote bevolkingsgroepen die langs religieuze lijnen gescheiden zouden zijn, terwijl men in eigen land zonder enige moeite de nuances wil zien?’: frustraties geuit door mijn Israëlische vrienden.
Deze ´culturele uitwisselingen´ tussen reizigers en Israëliërs worden vaak meegenomen in het gesprek. Maar ook daarbuiten zijn er tal van mogelijkheden om meer over de politieke situatie te weten te komen. Nu de situatie in de Westbank wat rustiger geworden is, ontpoppen zich talloze initiatieven die een ander verhaal willen laten zien. Wekelijks organiseert een groep Israëlische ex-soldaten (breakingthesilence.org.il) busritten naar de Westbank om te vertellen over hun ervaringen daar. En steeds meer toeristen combineren een bezoekje aan Bethlehem met een fotografeersessie van de aangrenzende muur of het nabijgelegen vluchtelingencentrum Dheisheh. Vrijdag is demonstratiedag in Oost-Jeruzalem en op allerlei plaatsen langs de muur rondom Westbank. Wie interesse heeft zal niet lang hoeven zoeken naar relevante bijeenkomsten of programma´s.
Dat niet iedereen even optimistisch is over het daadwerkelijk effect van dergelijke acties doet hierbij niet ter zake. Er is een vraag, het verkoopt, en zo lang de betreffende instituties (lees: de staat Israël) het niet (kunnen) verhinderen, zal er een aanbod blijven. En dus kunnen toeristen ongestoord de ´oorlog in actie´ meemaken iedere vrijdag. Zo lang men maar gepaste afstand houdt en het buitenlandse paspoort vaak genoeg wappert zal er (hoogstwaarschijnlijk) niks gebeuren. In het ergste geval kom je op een internationale lijst terecht of wordt je verbannen uit Israël. Maar in dat geval zijn er nog oneindig veel andere landen die minder moeilijk doen over controversiële zaken, of waar de middelen ontbreken om zich tegen de betalende (ramp)toerist te verzetten.
De reizigerswereld kent geen moraal, al is het lastig in een land als Israël niet geraakt te worden door de politiek-religieuze situatie. Het is overal en iedere bestemming die je bezoekt heeft zijn eigen verhaal. Wellicht dat reisbureau´s in de Golanhoogten (tot 1967 Syrisch grondgebied) ooit mijnsafari´s gaan aanbieden met een exclusieve overnachting in een verlaten Syrische bunker.
Het is nu al mogelijk op Israëlische legerbases vrijwilligerswerk te doen (sar-eel.org) en ook Palestijnse vluchtelingenkampen nemen vol liefde reizigers op in hun midden. Of het moreel te verantwoorden valt laat ik in het midden, maar het gebeurt. Niet dat alle reizigers amorele hedonisten zijn. Ik denk dat een aanzienlijk deel oprecht geïnteresseerd en betrokken is en juist blij is met de nieuwe kansen (nu het politiek wat rustiger is) om verschillende visies te horen, en niet enkel afhankelijk te zijn van wat de media ons presenteert.
Persoonlijk zal ik Israël en de Palestijnse gebieden over een tiental dagen met gemengde gevoelens verlaten. In dit artikel heb ik bewust geprobeerd mijn eigen mening in de Israël-Palestina kwestie buiten beschouwing te laten. Je weet nooit wie je ermee voor het hoofd kan stoten en daarnaast leek het me weinig relevant. Ik had andere voorbeelden kunnen gebruiken, veel extremere, die een eenzijdiger beeld van de kwestie hadden geschetst. In plaats hiervan probeer ik op een relatief neutrale wijze over een politiek geladen onderwerp te schrijven vanuit een weinig gehoorde invalshoek: de reizigerswereld. Hierbij baseer ik me hoofdzakelijk op eigen ervaringen in Zuid-Amerika (2008/2009) en Israël en de Palestijnse Gebieden (21 december 2009 – 22 januari 2010).
Meer lezen? Bekijk ook mijn travelblog http://hesterr.nl voor reisverhalen door Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Amerika.
In Israël circuleren wilde verhalen over paspoortstempels en de toegang tot het land, het Jeruzalem-syndroom en de wekelijkse demonstraties langs de muur die de Westbank omringt. Naar het schijnt schiet het Israëlische leger hier lukraak rubberen kogels op Palestijnse demonstranten en vallen er regelmatig gewonden en doden. Andere veelbesproken onderwerpen zijn het leger, (religieus) fundamentalisme, Israëliërs, de kibbutz en de vele veiligheidscontroles. Is het nu werkelijk nodig om op ieder busstation, winkelcentrum of museum volledig doorzocht te worden?
Israël en de Palestijnse gebieden verwelkomen een bont gezelschap aan toeristen. Sommigen komen er op bedevaart, als onderdeel van een wereldreis, om in een kibbutz te werken, als overwintering of op familiebezoek. Anderen overwegen alia (Joodse emigratie naar Israël) te maken of komen namens een internationale hulporganisatie. De motivaties zijn eindeloos en zo ook de verschillende reisschema´s. Om de politieke realiteit kan je echter maar moeilijk heen. Zelfs zonder een standpunt in te nemen wordt je er continu mee geconfronteerd.
In eerste instantie doel ik hiermee op het ongemak dat een reiziger zelf ervaart. De procedure om Israël binnen te komen kan behoorlijk omslachtig zijn, vooral wanneer men stempels in het paspoort heeft van landen als Syrië en Iran. En ook eenmaal binnen blijft men regelmatig blootgesteld aan schijnbaar willekeurig controles. Ieder busstation, winkelcentrum of museum betekent automatisch een wandeling door metaalpoortjes, soms gevolgd door een scan van alle bagage. In de Westbank komen hier militaire checkpoints bij. Meestal is een blik op het paspoort voldoende voor een soepele doorgang maar het vertraagt niettemin.
In de tweede plaats doel ik op de verhoudingen in het land zelf. Vooral in de Westbank en Jeruzalem zijn deze voelbaar geladen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is Hebron (Westbank) waar de Grot van de Patriarchen staat. Hier zouden de aartsvaders en -moeders Abraham, Sara, Izaäk, Rebekka, Jacob en Lea begraven zijn en het is een belangrijke plaats in zowel het Jodendom, Christendom en de Islam. Tegenwoordig is het gebouw gesplitst in twee delen. De ene helft functioneert als synagoge en de andere helft als moskee. Alleen christenen (en toeristen) kunnen beide delen bezoeken. Om ze te bezoeken moet men echter door een Joodse nederzetting lopen met bijbehorende militaire bewaking en scheidingsmuren. Langs verlaten straten zijn overal pro-kolonistische ´bevrijdingsaffiches´ geplakt die vol trots herinneren aan de ´Liberation of Hebron and reestablishment of its Jewish community´ van 1967. Het bestaan in hedendaagse of historische zin van een niet-Joodse gemeenschap in Hebron wordt voor het gemak vergeten. Anders is de situatie in Nablus, een van de grotere steden in de Westbank. Hier zijn de muren gevuld met anti-Israëlische graffiti en posters die het martelaarschap vereren. ‘Never forgive, never forget’.Dit zijn twee extremen en in verreweg de meeste plaatsen is de confrontatie minder zichtbaar. Toch kan je in de Westbank maar moeizaam om de politieke realiteit heen.
Maar ook buiten dit gebied zijn voorbeelden alom. In Nazareth is de Rooms-katholieke Basiliek van de Aankondiging, de grootste kerk van het Midden-Oosten, omgeven door Engelse vertalingen van Koranverzen die lezers oproepen tot het ware geloof. En de muur die op dit moment gebouwd wordt tussen Israël en Westbank is gevuld met internationale steunbetuigingen, soms voorzien van een religieus tintje: ‘Jesus, he paid for you. He wept.’ Wie zoekt zal vinden, maar wie zijn ogen sluit ziet niets.
De spanning is echter het beste waarneembaar in Jeruzalem en dan vooral in de oude stad. Hier lopen verschillende religieuze stromingen kriskras door elkaar en is men gedwongen op een zeer kleine oppervlakte vreedzaam samen te leven en historisch significante bouwwerken te delen. Overdag kan iedereen de oude stad betreden maar ´s avonds verandert de ambiance duidelijk. De meeste (Joodse) Israëliërs die ik ben tegengekomen lijken bang. Overdag gaat men met tegenzin, maar ´s avonds wil men echt niet. Ze zeggen uit angst te worden aangevallen. ´Alleen de ultraorthodoxen durven ´s avonds de oude stad te betreden of Oost-Jeruzalem in te gaan. Zij kennen geen angst en sommigen willen graag provoceren.´
Deze angst lijkt veel verder te gaan dan enkel de stad zelf. Ook naar de Westbank (en vanzelfsprekend Gaza) gaan maar weinig Israeli´s, buiten hun militaire dienstplicht om. Weer spreekt men over de angst te worden aangevallen. De Joodse nederzettingen vormen een uitzondering hierop, al heb ik tot dusverre niemand gevonden die hier met enthousiasme over kon praten. Vanuit Israël gaan er regelmatig (bewaakte) bussen naar toe, en eenmaal binnen de nederzetting is het leger aanwezig dat indien nodig de kolonisten beschermt tegen iedere vorm van gevaar.
Onder reizigers is de Israëlische houding ten opzichte van Palestijnen en het leger een veelbesproken onderwerp. ‘Hoe kan het dat een stel 20-jarigen de verantwoordelijkheid over grenscontroles en checkpoints heeft gekregen, zonder begeleiding door meer ervaren leidinggevenden? En waarom paradeert de helft van de dienstplichtige jeugd vol trots in zijn militaire tenue? Is het werkelijk noodzakelijk rond te banjeren met een geladen geweer en de vinger continu op de trekker?’ Men klaagt over de schijnbare willekeurigheid in behandeling. Een grenscontrole kan vijf minuten in beslag nemen of vijf uur. Meer aandacht is er echter voor de relatie tussen (Joodse) Israëliërs en Palestijnen. Dit blijft een gevoelig onderwerp en velen zijn dan ook erg terughoudend in het geven van een mening. Meer tijd besteedt men aan het blootleggen van de nuances. In hoeverre is er sprake van een democratie? Wie financiert de nederzettingen in de Palestijnse gebieden? Is de staat Israël wel een werkelijke representatie van de wil van haar onderdanen? Waarom is het leger ingericht zoals het is?
Een relatief grote groep reizigers heeft Israëlische vrienden of al eerdere ervaringen gehad met Israëliërs in het buitenland. Na het voltooien van de militaire dienstplicht gaan veel van hen enkele maanden op reis, vaak samen met anderen uit hun peloton. Vooral in India en Zuid-Amerika kan men maar moeilijk om ze heen. Ze vormen daar een ietwat afgescheiden groep, deels door hun aantal en hun gemeenschappelijke taal, maar ook deels door de internationaal overwegend negatieve houding ten opzichte van de politieke besluiten van hun land. Een gesprek ontvlamt al snel in een vermoeiende discussie waarbij men het verschil tussen besluiten van bovenaf en het individu snel vergeet. ´Waarom gaat iedereen er automatisch van uit dat ik de bouw van de nederzettingen ondersteun? En waarom ziet men in Israël slechts enkele grote bevolkingsgroepen die langs religieuze lijnen gescheiden zouden zijn, terwijl men in eigen land zonder enige moeite de nuances wil zien?’: frustraties geuit door mijn Israëlische vrienden.
Deze ´culturele uitwisselingen´ tussen reizigers en Israëliërs worden vaak meegenomen in het gesprek. Maar ook daarbuiten zijn er tal van mogelijkheden om meer over de politieke situatie te weten te komen. Nu de situatie in de Westbank wat rustiger geworden is, ontpoppen zich talloze initiatieven die een ander verhaal willen laten zien. Wekelijks organiseert een groep Israëlische ex-soldaten (breakingthesilence.org.il) busritten naar de Westbank om te vertellen over hun ervaringen daar. En steeds meer toeristen combineren een bezoekje aan Bethlehem met een fotografeersessie van de aangrenzende muur of het nabijgelegen vluchtelingencentrum Dheisheh. Vrijdag is demonstratiedag in Oost-Jeruzalem en op allerlei plaatsen langs de muur rondom Westbank. Wie interesse heeft zal niet lang hoeven zoeken naar relevante bijeenkomsten of programma´s.
Dat niet iedereen even optimistisch is over het daadwerkelijk effect van dergelijke acties doet hierbij niet ter zake. Er is een vraag, het verkoopt, en zo lang de betreffende instituties (lees: de staat Israël) het niet (kunnen) verhinderen, zal er een aanbod blijven. En dus kunnen toeristen ongestoord de ´oorlog in actie´ meemaken iedere vrijdag. Zo lang men maar gepaste afstand houdt en het buitenlandse paspoort vaak genoeg wappert zal er (hoogstwaarschijnlijk) niks gebeuren. In het ergste geval kom je op een internationale lijst terecht of wordt je verbannen uit Israël. Maar in dat geval zijn er nog oneindig veel andere landen die minder moeilijk doen over controversiële zaken, of waar de middelen ontbreken om zich tegen de betalende (ramp)toerist te verzetten.
De reizigerswereld kent geen moraal, al is het lastig in een land als Israël niet geraakt te worden door de politiek-religieuze situatie. Het is overal en iedere bestemming die je bezoekt heeft zijn eigen verhaal. Wellicht dat reisbureau´s in de Golanhoogten (tot 1967 Syrisch grondgebied) ooit mijnsafari´s gaan aanbieden met een exclusieve overnachting in een verlaten Syrische bunker.
Het is nu al mogelijk op Israëlische legerbases vrijwilligerswerk te doen (sar-eel.org) en ook Palestijnse vluchtelingenkampen nemen vol liefde reizigers op in hun midden. Of het moreel te verantwoorden valt laat ik in het midden, maar het gebeurt. Niet dat alle reizigers amorele hedonisten zijn. Ik denk dat een aanzienlijk deel oprecht geïnteresseerd en betrokken is en juist blij is met de nieuwe kansen (nu het politiek wat rustiger is) om verschillende visies te horen, en niet enkel afhankelijk te zijn van wat de media ons presenteert.
Persoonlijk zal ik Israël en de Palestijnse gebieden over een tiental dagen met gemengde gevoelens verlaten. In dit artikel heb ik bewust geprobeerd mijn eigen mening in de Israël-Palestina kwestie buiten beschouwing te laten. Je weet nooit wie je ermee voor het hoofd kan stoten en daarnaast leek het me weinig relevant. Ik had andere voorbeelden kunnen gebruiken, veel extremere, die een eenzijdiger beeld van de kwestie hadden geschetst. In plaats hiervan probeer ik op een relatief neutrale wijze over een politiek geladen onderwerp te schrijven vanuit een weinig gehoorde invalshoek: de reizigerswereld. Hierbij baseer ik me hoofdzakelijk op eigen ervaringen in Zuid-Amerika (2008/2009) en Israël en de Palestijnse Gebieden (21 december 2009 – 22 januari 2010).
Meer lezen? Bekijk ook mijn travelblog http://hesterr.nl voor reisverhalen door Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Amerika.
Alle reacties 0





